Geboren of getogen crimineel?

Voor de module De finale hebben wij – Fleur Opsteyn, Derrik Opstals, Manuel Willems en Rebecca Frèrejean – bestudeerd in hoeverre crimineel gedrag is aangeboren of aangeleerd. We hebben ons onderzoek gepresenteerd in de vorm van een gedicht.

Willem Holleeder wie kent hem niet,
hij bezorgde veel mensen verdriet.
Van zijn criminele praktijken,
stond heel Nederland te kijken.

Wat wij ons afvragen,
is dit misschien te verklaren?
Sociologisch, psychologisch, fysiek of het brein,
wat zal het antwoord zijn?

Lombroso stelde een crimineel te herkennen aan fysieke kenmerken,
onder anderen: afwijkende oren, diepliggende ogen, jukbeenderen, schedel en een brede kaak.
Zou Holleeders neus aan deze theorie mee werken?
We kijken eens verder want wellicht is hij een geboren psychopaat.

Sociale en emotionele informatie, hiermee weten psychopaten geen raad,
maar over de precieze disfuncties werken onderzoekers zich nog uit de naad.
Het niet in staat zijn te leren van negatieve ervaringen,
gebrek aan voedingsstoffen in de ontwikkeling van de baarmoeder, is een van de dingen.

Testosteron, het Monoamine-oxidase-A-gen of misschien toch adrenaline,
ik ben geen neurobioloog maar het draait om neurotransmitters, dopamine en serotonine.
Mannen met een bepaalde vorm van het MAOA gen, hebben meer kans op een antisociale stoornis,
heeft Holleeder misschien dit gen? Is het verantwoordelijk voor al het gemis?

Zoveel opties, zoveel theorieën, veel informatie maar nog even te gaan.
Een andere belangrijke theorie over criminaliteit is die van Buikhuisen,
sociale en biologische factoren dat staat bij hem bovenaan.
De reactiviteit, ofwel de angstgevoeligheid van mensen is biologisch bepaald,
in combinatie met kenmerken van de sociale omgeving, dat is waar hij zijn theorie uit haalt.

Merton en Cohen stellen dat in de westerse samenleving de midden en hoge klasse het welvaartsniveau bepalen waarnaar de lagere klasse streeft.
De Relatieve-deprivatietheorie is de naam die het draagt.
Achterstelling en verlies is wat aan deprivatie kleeft,
ten opzichte van vergelijkbare andere groepen is wat relatief vraagt.

Holleeder had geld genoeg dus wellicht is het niet deprivatie dat ten grondslag ligt.
Gedrag wordt niet alleen gestuurd door straffen en belonen,
maar ook verwachtingen bij andere zorgt voor patronen.
Crimineel gedrag wordt aangeleerd in contact met anderen,
dat stelt Sutherland is wat mensen kan doen veranderen.
Sociaal leren is hoe hij het noemt, is dat wat Holleeder heeft gedoemd?

Akers zegt: crimineel gedrag ontstaat door imitatie ofwel conditioneren.
Imitatiegedrag wordt ontleend aan de familiekring, de vriendengroep maar ook de media.
Is iemand begonnen met crimineel gedrag, zal differentiële bekrachtiging bepalen of iemand dit gedrag zal continueren.
De vorm van beloning of straf die de persoon direct of indirect ervaart bepaalt wat hij ervan zal leren.

Een leven vol terreur en angst, afpersing en liquidaties, criminele activiteiten die gebrand staan op ieders netvlies.
Er is nog mogelijkheid tot hoger beroep dus wie weet loopt alles nog in de soep.
Van Holleeder nemen wij nu afscheid en voor hem volgt nu een periode van eenzaamheid.

Hoe is dit te voorkomen, is waar veel mensen van dromen.
Laten we eens kijken wat allemaal kan worden ondernomen.

Voor jonge opstandige kinderen is ‘Pittige Jaren’ een goed project,
zodat het slechte gedrag misschien wel rechttrekt.
‘Resocialisatie en begeleiding’ is voor jeugd speciaal,
Aandacht en begrip staat daarbij centraal.
‘Jeugd in beeld’ volgt risicojongeren in de samenleving,
op drie vlakken: Gezin, de groep en omgeving.
‘EOG’ is gericht op gezinnen die overlast geven,
om te voorkomen dat de kinderen zoals hun ouders gaan leven.

Andere methodes om crimineel gedrag tegen te gaan zijn uit onderzoek ontstaan.
Agressiviteit is te verminderen door visvetzuren,
hierdoor is crimineel gedrag ook te sturen.
Gadgets tracken je ademhaling en hartslag,
gedragsproblemen zijn soms dan de uitslag.

Een ding dat we ons afvroegen,
word je geboren als crimineel?
Met een simpele ja of nee nemen wij geen genoegen.
de verschillen per persoon zijn essentieel.

Met al deze informatie overgedragen,
zeggen wij: zijn er nog vragen?